De standaard BTU-tabel werkt met oppervlakte (m²), maar lucht vult een volume (m³). In Nederlandse woningen is de standaard plafondhoogte 2,40–2,60 m. Is jouw plafond hoger — bijvoorbeeld 2,90 m in een jaren-dertig woning of 3,20 m in een appartement met hoge plafonds — dan heb je meer BTU nodig dan de tabel aangeeft.
De correcte berekening gaat via volume:
Formule: breedte (m) × lengte (m) × hoogte (m) × 12–15 BTU/m³
Voorbeeld A: kamer van 5 × 4 m met standaard plafond van 2,50 m = 50 m³ × 14 = 700 BTU/m³ totaal → ~10.000 BTU nodig.
Voorbeeld B: dezelfde kamer maar met 3,00 m plafond = 60 m³ × 14 = 840 BTU/m³ totaal → ~12.000 BTU nodig.
Dit is een verschil van 20% puur door de plafondhoogte. De oppervlaktemethode (beide kamers zijn 20 m²) zou beide gelijk behandelen, terwijl de koelbehoefte wezenlijk verschilt.
Gebruik factor 12 BTU/m³ voor goed geïsoleerde ruimtes met normaal zonlicht, en factor 15 BTU/m³ voor slecht geïsoleerde ruimtes of kamers op de bovenste verdieping met veel zonlicht.